Hoe het Limburg Festival grenzen opzoekt en laat verdwijnen
- 13 feb
- 5 minuten om te lezen

Sinds januari 2025 geeft Boy Jonkergouw als nieuwe artistiek directeur richting aan het Limburg Festival. Hij trad, samen met zakelijk directeur Bas Broeder en directeur productie Francis Bruekers, in de voetsporen van Jan Klompen – Limburger van Verdienste – die 28 jaar de drijvende kracht was achter het festival. Met respect voor de rijke erfenis van zijn voorganger en dezelfde liefde voor plek en publiek, durft Jonkergouw het aan om de komende jaren de grenzen van het festival op te schuiven – letterlijk én figuurlijk.
“Goede podiumkunst laat je de zaal uitlopen met het gevoel: hé, dit ging eigenlijk ook over mij! Theater leert ons dat aandacht voor de ander nog steeds het mooiste gebaar is.” Die visie past naadloos bij het DNA van het festival: intiem, kleinschalig en diep verweven met de plekken waar gespeeld wordt. Midden-Limburg – met kastelen, kloosters, boerderijen en ruige industriële relicten – is het natuurlijke podium. “In een schouwburg is het publiek te gast bij de maker”, vertelt Jonkergouw. “Op locatie zijn publiek én makers te gast bij de plek en wordt die plek de derde speler.”
De plek als derde speler
Locatietheater verandert de spelregels. Een cabaretvoorstelling die in een theater al uitstekend werkt, krijgt buiten een andere lading: intiemer, dichter op de huid en met meer dialoog dan eenrichtingsverkeer. Het licht is anders, de afstand kleiner en vooral: de omgeving spreekt mee. “Zodra je in en om een kasteel speelt, ontstaat er vanzelf extra betekenis”, zegt Jonkergouw. “De geschiedenis van de plek verdiept het verhaal met een extra laag.”
Midden-Limburg is rijk aan onvertelde verhalen. Kastelen, kloosters en boerderijen, maar ook rauwere plekken zoals voormalige kazernes en industriële complexen: ze vragen erom niet alleen als decor te dienen, maar mee te vertellen. “Dit jaar hadden we bijvoorbeeld een theaterwandelroute door Kasteel Aldenghoor in Haelen. Dat werkte fantastisch. Toch wil ik nóg meer doen met de verhalen van die locaties zelf. Dáár zit de magie.”
Frisse blik, vertrouwde wortels
Jonkergouw kwam in januari 2025 aan boord met een helder uitgangspunt: eerst goed kijken naar wat er al is en dáárop voortbouwen. “Dit festival is 28 jaar bezig. Er is een vaste kern van publiek, een rijk aanbod en een bijzondere prestatie; het trekt mensen van het platteland in groten getale naar cultuur. Mijn eerste impuls was: niet meteen aan knoppen draaien, maar eerst begrijpen waar de kracht zit.” Tegelijk ziet hij onbenutte kansen: het festival buiten de regio breder bekendmaken, het publiek verversen en jongere generaties nadrukkelijker betrekken – zonder de intimiteit kwijt te raken.
Die beweging lukt alleen als de gemeenschap meebeweegt. En die gemeenschap is sterk, benadrukt hij. “Het festival is als mycelium in een bos: niet overál zichtbaar, maar ondergronds verbonden. De vrijwilligers zijn onze ‘schimmeldraden’: ze zorgen voor voeding en verbinding. In een tijd waarin mensen zich vaak alleen nog maar verbonden voelen omdat ze samen ergens tégen zijn, bouwen onze vrijwilligers gezamenlijk aan iets nieuws.” "Goede kunst laat je denken: hé, dit ging eigenlijk ook over mij."
Dat gevoel van verbondenheid reikt verder dan de organisatie zelf. Ook de regio denkt mee en stelt zich open. “Je hoeft in Midden-Limburg maar bij een boerderij aan te kloppen en te zeggen: we zijn van het Limburg Festival, en de deur gaat open”, zegt hij. “Noem het trots, noem het liefde voor de plek en het publiek. Mensen willen laten zien wat ze hebben. Dat maakt ontzettend veel mogelijk.”
Om die gemeenschapszin vast te houden, organiseert het festival drie keer per jaar ontmoetingen met vrijwilligers. “We willen geen zomerse hulptroepen, maar een netwerk dat het hele jaar door groeit, net zoals mycelium.”
Identiteit: kleinschalig, persoonlijk, Limburgs
Wat het Limburg Festival volgens Jonkergouw uniek maakt, is de combinatie van locatie en menselijke maat. “Het zijn de bijzondere Limburgse plekken, de relatieve kleinschaligheid en de persoonlijke sfeer”, vat hij samen. “Je voelt je als bezoeker geen toeschouwer, maar deelnemer. En dat geldt net zo goed voor de vrijwilligers, die het festival letterlijk opbouwen. Die verbondenheid maakt dit festival anders dan andere.”
Het is een festival dat stevig in de regio wortelt, maar tegelijk de blik durft te verruimen. “We willen meer landelijke en provinciale bekendheid, zonder te verliezen wat ons typeert: de intimiteit en de warmte.”
Jong publiek, nieuwe verhalen
Publiek verversen zonder massaliteit: het klinkt als een spagaat, maar het werkt als je dicht bij het leven van jongeren programmeert. In Klup Kazerne, een theaterroute over het terrein van de Van Hornekazerne in Weert, staan voorstellingen van jonge makers voor een jong publiek centraal. De voorstelling ‘Kont’ van Damaris de Jong, waarin de oppervlakkigheid van beauty influencers op de hak wordt genomen, raakte een snaar. “Je betrekt jongeren niet met acties alleen”, zegt Jonkergouw. “Je betrekt ze met verhalen waarin ze zichzelf herkennen.”
Hij ziet ook kansen om de band structureler te maken: “We willen meer samenwerken met scholen, jeugd- en vakantiewerk en culturele opleidingen. Als jongeren niet alleen consumeren, maar ook zelf creëren en hun eigen verhaal terugzien op het festival, voelen ze zich eigenaar. Dan wordt het ook hún podium.”
Bekender, niet massaler
Regelmatig valt de naam Oerol in gesprekken over openlucht- en locatietheater. Jonkergouw nuanceert: “We willen ons meten met Oerol qua naamsbekendheid – niet qua massaliteit. Sterker nog, we horen steeds vaker dat mensen Oerol te groot vinden worden en juist voor het Limburg Festival kiezen. Dat gevoel dat je met honderd anderen iets unieks meemaakt in het groen of op erfgoed, dat moeten we bewaken.”
De weg naar meer naamsbekendheid loopt via verhalen die dichter op de actualiteit zitten, het provinciaal en landelijk steviger op de kaart zetten van het festival en het lef om radicalere inhoudelijke en artistieke keuzes te maken. “Soms moet je iets doen wat schuurt of verrast, juist om te blijven raken.”
Kunst als troost en heelmeester
Kunst hoeft niet per se te schuren of verrassen, maar mag ook troosten. Soms heelt het zelfs een beetje. De voorstelling ‘Vallicht’ van Romijn Conen, die na hersenletsel opnieuw het podium op ging, deed dat zichtbaar. “Na afloop viel een vrouw – die haar dochter aan een herseninfarct verloren had – snikkend in zijn armen”, zegt Jonkergouw. “Dat gaat ver voorbij vermaak. Je voelt je eigen eindigheid, je menselijkheid, je kwetsbaarheid. Je staat even stil bij wie jij bent en wie je had kunnen zijn als het lot anders had bepaald.”
“Theater is het spel van aandacht in een wereld waarin de aandacht verdampt", zegt Jonkergouw. “Dat is misschien wel de meest revolutionaire daad van nu: gewoon luisteren.” Het raakt aan zijn bredere overtuiging dat kunst een tegengif is in verhitte tijden. “We praten te veel en luisteren te weinig. Oordelen verdampen als je nieuwsgierig wordt.”
De wens
Als hij één wens mag doen voor de toekomst van het Limburg Festival, hoeft Jonkergouw niet lang na te denken: “Dat heel Limburg zegt: dit festival is van ons en vóór ons. En dat mensen van buitenaf óók komen, omdat ze voelen dat hier iets bijzonders gebeurt. Bekender? Ja. Groter? Niet per se. De kracht zit in de nabijheid.”
Over het Limburg Festival
Al meer dan veertig jaar laat het Limburg Festival bezoekers een unieke theaterervaring beleven. En dat midden in Limburg, waar bezoekers op unieke locaties in de natuur en het cultuurlandschap genieten van theater, dans, muziek, mime, poppenspel en performance. Het afgelopen jaar was het thema ‘Ode aan de hoop’.
Het vertellen van de verhalen (van gisteren, nu en morgen) vormt de rode draad van het festival. Vijf dagen lang worden bezoekers dan ook getrakteerd op culturele parels uit de provincie en ook daarbuiten. Solo en gezelschappen. Het festival vertelt een verhaal dat onze tijd raakt.
