bedankt Jac en Nelly Gielen!
- publiciteit3092
- 16 jan
- 6 minuten om te lezen
Op 9 januari 2026 zwaaiden we tijdens onze jaarlijkse nieuwjaarsbijeenkomst Jac en Nelly Gielen uit, na meer dan 25 jaar trouwe dienst bij het Limburg Festival. Jac en zijn Nelly zorgden ervoor dat bankjes, beachvlaggen, tafels, stoelen etc. tijdig en netjes op alle locaties waren én vervolgens weer werden opgehaald om door te zetten naar de volgende locatie. Een ‘penswerk’ om het maar in het dialect te verwoorden. We zijn hen daar eeuwig dankbaar voor, want zonder Jac en Nelly waren we als LF nergens geweest.
‘De Bankjesman’ werd tijdens de bijeenkomst prachtig bejubeld door Jan Klompen, onze voormalige leader van LF, die jarenlang met hem samenwerkte.
Lees hieronder zijn verhaal.

Door Jan Klompen:
“Jac en Nelly, jullie zijn onlosmakelijk als bankjesploeg aan het Limburg Festival (LF) verbonden. Maar jullie waren natuurlijk veel meer voor het festival dan onze bankjesploeg alleen. Ik zal proberen uit te leggen hoe ik dat zie…
Vanaf het einde van de vorige/begin van deze eeuw maken jullie deel uit van het vrijwilligersteam van het Limburg Festival. Het exacte jaar heb ik niet weten te achterhalen maar hoe dan ook is dat meer dan ’n kwart eeuw…. op voorhand al petje af.
Maar ik kende Jac al veel langer. Uit onze gezamenlijke tijd bij de KPJ. Voor degene die geen idee hebben waar die letters voor staan: de KPJ staat voor Katholieke Plattelands Jongeren. Van dat katholieke trokken we ons in die tijd al niet veel van aan. Maar we waren wel echt jongeren van het platteland. En die hebben vaak een sterke band met elkaar, opereren in een grotere mate zelfstandig en zijn zo af en toe ook een tikkeltje onbehouwen. Ze hebben vaak een kleinere sociale kring, waardoor ze veel waarden hechten aan verbinding en vooral aan vriendschappen. Dit omdat ze weten dat ze in grote mate van elkaar afhankelijk zijn.
Die KPJ was destijds lokaal een bijzondere actieve club, waarbinnen we - zonder dat we dat in de gaten had - banden voor het leven smeedden. Als je dan ook nog opgroeit in dezelfde buurt, dan verlies je elkaar niet zo snel uit het oog. Wij dus ook niet, ook al behoorden we niet tot dezelfde vriendengroepen. Ondanks totaal verschillende interesses (Jac was van snelle auto’s en deed aan handboogschieten, ik was van kunst en cultuur en voetbalde) hadden we een gezamenlijk vriend, Jan van Heur. Eigenaar van Blokwood Weert. Deze Jan had een vrachtwagentje. En toen ik destijds op zoek was naar iemand die me voor het festival wilde helpen bij het vervoeren van bankjes naar de diverse speelplekken, bood hij me meteen zijn vrachtwagentje aan. Wel onder de voorwaarde dat hij zelf niet hoefde te helpen. Hij wist wel iemand die dat wel zou willen doen. Tadáá , en daar was ie: Jac Gielen. Sjaek voor vrienden.
In het begin was je ‘n beetje ‘n vreemde eend in de bijt. Maar langzaam maar zeker ontdooide je. Mede destijds door mensen als Lonneke, Marian en Ans, niet voor niets allemaal vrouwen hè Jac. Zij betrokken jullie meer en meer bij andere zaken dan het festival. Nelly was trouwens ook al snel van de partij. Vrijwilliger zijn bij Limburg Festival werd voor jullie een gezamenlijk familiedingetje … jullie stemden er zelfs de vakantie op af. Als jouw baas andere plannen had voor je in de periode van het LF dan kon ‘ie lullen wat hij wilde, de week van het LF was voor jullie.
Als het schema heel erg vol zat kregen jullie vaak hulp van zoon Martin, schoondochter Priscilla en later af en toe van kleinzoon Ivano. Jullie waren vaak van ‘s morgensvroeg tot ‘s avonds laat in de weer. Bijna onder alle omstandigheden.
In Midden-Limburg kennen jullie inmiddels elk dorpsplein, elke afgelegen boerderij, elke kasteeloprit, elke zandafgraving, elk olifantenpaadje, elke open plek in welk bos dan ook en elk verlaten fabrieksterrein. Ontelbare keren hebben jullie dat vachtwagentje in- en uitgeladen met beachvlaggen en bankjes.
Het bankenschema zoals jullie dat hanteerden is een legendarisch onderdeel van jullie bijdrage aan LF. Ik stuurde je in de aanloop naar het festival altijd een 7-daags schema. Nelly printte al die vellen uit en plakte die dan tot een groot – voor jullie overzichtelijk – geheel aan elkaar. Maar je had de plakband nog niet opgeborgen of er kwam vaak alweer een aangepast schema op jullie computer binnen. Dan kon je weer opnieuw beginnen. Je hebt daar nooit over geklaagd. Maar ik kan me goed voorstellen dat je me daarom af toe wel vervloekt hebt.
Langzaam maar zeker ontdooiden ook de mensen van het LF in jullie richting. De vrijwilligers op de locaties begrepen steeds beter waar ze mee te maken hadden. En voor de veelal dames op het secretariaat werden jullie ’n beetje hun helden.
Als Jac iets te mopperen had gaven zij bijna altijd als antwoord:
"Mer Jac, doe wets toch, van benskes höbs doe ouch geweun mieer versjtandj dan Jan?". Waarop Jac altijd vol trots sprak; "Kloptj, auch al regelt dae ‘t ganse festival, vöär de benkskes haet d'r mich neudig". En zo was het maar net!
Onduidelijkheden in dat schema werden altijd ingeluid met: “Waat dae Klompen zich noe weer bedach haet..." . En als de dames dan aangave dat zij wel iets zouden navragen meldde Jac steevast. "Nae nae, ich goan dae Klompe zelf waal belle, dan weit ich zeker det ‘t klopt".
En dan belde je me met de standaardopeningszin: “Zek Klompe, doa kloptj gein kloate vanne…” Ik liet je dan je verhaal doen omdat ik wist dat je de oplossing toch al geregeld had.
Tikkeltje eigenwijs is Jac altijd geweest. Ik denk daarbij aan die keer op de Tungelroyse wallen. Een zandafgraving midden in de bossen. Met enkele kleine heuveltjes als natuurlijk obstakel. Voor een vrachtwagen eigenlijk geen doen. De mensen van de techniek, die gelijk met Jac in hun eigen grote bus aankwamen, kozen eieren voor hun geld. Die zagen, dat gaat echt niet lukken. Jac dacht daar echter anders over. Met als gevolg dat enkele minuten later het vrachtwagentje tot aan de assen in het zand stond en niet meer voor noch achteruit kon. Gelukkig bood een boer uit de buurt soelaas. Die kwam met z’n trekker en trok de vrachtwagen weer terug op de helle …. Jac was toen wel ff stil.
Het was naast het vaak harde werken, bovenal ook een hele gezellige tijd. Jullie genoten ook elke avond bij de Abdij in Horn, toen nog ons honk, van de kookkunsten van Gerard en Els. Op het einde van de dag waren ook jullie vaste gasten rond het dagelijkse traditionele kampvuur.
Na de editie van 2024 gaven jullie aan dat jullie ermee wilde stoppen.
Jouw eens zo goddelijke lijf Jac, begon de eerste sporen van slijtage te vertonen. Mede op het charmante aandringen van Francis Bruekers gingen jullie gelukkig nog 1 jaartje door. Zij had daar volgens jou Jac, wel diep voor moeten gaan. “Die Bruekers, die ging vöär mich oppe knieën”. Ik heb nooit zo goed begrepen wat je daar precies mee bedoelde maar jullie plakten er in elk geval wel nog een jaar aan vast. Maar nu is het dan toch definitief afgesloten voor jullie.
Het is nooit zo goed in woorden uit te drukken wat het precies voor een organisatie betekent als er mensen zijn waar je gewoon altijd van op aankunt. Mensen die je kunt vertrouwen omdat ze doen wat ze zeggen en zeggen wat ze doen. Mensen die er altijd zijn als je ze nodig hebt . Mensen waarvoor geen moeite te veel is. Onbaatzuchtig, loyaal en in de luwte. In elk geval mensen die nooit op de voorgrond, laat staan in de schijnwerpers staan. Mensen zoals jullie dus…
Vaak komen deze kwaliteiten voort uit het hebben van een sterke band met elkaar. En uit het veel waarde hechten aan verbinding en aan vriendschappen. Omdat je simpelweg weet dat je van elkaar afhankelijk bent. En dat zijn juist de kenmerken waar ik het in begin van mijn verhaal over had. Jullie staan - voor mij in elk geval - óók symbool voor deze waarden. Waarden die het platteland zo kenmerken en waardoor het Limburg Festival zich uiteindelijk óók heeft weten te onderscheiden van vele anderen. En geloof me, dat is mede door jullie inbreng tot stand gekomen, omdat jullie waren die jullie zijn.
Daarom wil ik jullie uit de grond van mijn hart – namens iedereen die het Limburg Festival lief is - danken voor jullie jarenlange trouwe toewijding. Ooit schreef ik in het jubileumboek ‘40 jaar Limburg Festival’ dat mensen zoals jullie simpelweg goud waard zijn voor een organisatie. Dat kan ik hier en nu enkel onderschrijven.
Tot slot …. om theater als kunstvorm geven jullie niet zo heel veel. Nelly kan een mooie voorstelling op locatie nog wel waarderen. Maar bij Jac heb ik daar zo m’n twijfels over. Daarom zou ik willen afsluiten met: “Zek Gielen, noe ze mieer vrieje tied hubs, gank nou toch mer ins get mieer noa det theater kieke, auch al geufs ze doa gein kloate om…”
Januari 2026
Jan K.

